DIROO: Dialoogcentrum in Reflectie op Opvoeding en Onderwijs


TOB-FORUM

Eenenvijftigste aflevering

17 november 2008

 

Winfried Böhm

THEORIE EN PRAXIS

Luc Braeckmans (red.), Valeer Van Achter
en Geert Van Coillie
O
NDERWIJZEN ZONDER WIJZEN?

Luc Braeckmans (red.), Hans Annoot, Armand De Meyer, Jan Devos, Edwin Hantson, Elias Hemelsoet,
Volker Ladenthin, Marc Lemmens, Ger Snik,
Valeer Van Achter en Hans Van Crombrugge
DE BASISSCHOOL IN DIENST VAN DE PERSOONSWORDING VAN HET KIND

FORUM voor diepgaande gesprekken

 

 

In deze aflevering vindt u het resultaat van de persoonlijke lezing van de Nederlandse theoloog en onderwijsman, drs Bill W.J.M. Banning. Een volgende keer geeft een Vlaming zijn interpretatie van de lezing van een van de drie boeken die in TOB aan de orde zijn?

51.1 ‘Elkaar als mens bevestigen in een wezenlijke ontmoeting’
De pagina's over de persoon van leraar en leerling en de bijdrage van het personalisme in het boek van Winfried Böhm waren een diepe bevestiging van zaken die ik uit mijn filosofisch-theologische verleden meegenomen had in de onderwijswereld (Spolia Aegyptiorum), maar die ik tot nu nergens bevestigd zag. Zo wordt de rol van het christendom voor het ontwikkelen van het persoonsbegrip helder uitgewerkt. Een persoonsbegrip dat wezenlijk is voor het verstaan van wezenlijke pedagogie.

 

Nog vanmorgen nog mocht ik ervaren hoezeer het onderwijs (dus ook in Nederland) verstrikt zit in een kwantificerende manier van denken die geen ruimte biedt aan de persoon(lijke beleving). Een basisschool in een moeilijke wijk met zeer veel achterstandskinderen kreeg van de Inspectie ternauwernood een voldoende. Wat bleek? Er werd alleen met parameters op begrijpend lezen en rekenen gemeten. De Inspectie was wel tevreden over de pedagogische inzet, maar dat paste nergens binnen de rapportage. En dus moest daarvan geabstraheerd worden.

 

Waar het pedagogisch-didactische al ter sprake kwam, werd eenzijdig gekeken naar het didactische aspect met verwaarlozing van het pedagogische. Terwijl juist hier voor de school een grote inzet gepleegd werd en wordt om de kinderen te bereiken en überhaupt aan het leren te krijgen.

 

Is dit geen praktijkvoorbeeld van Böhm (2007: 135): "Een empirische opvoedingswetenschap die zich laat leiden door het paradigma van wetenschappelijke objectiviteit moet het probleem van de persoon onvermijdelijk reduceren of volledig ter zijde schuiven".

 

Het betreft hier de "doodlopende wegen van het denken waartoe een materialiserende vertaling van wetenschappelijke theorieën en verklaringsmodellen van onze dagelijkse levenservaring ons geleid heeft, zodat we deze levenservaring hoegenaamd niet meer onbevangen en oprecht kunnen opdoen" (Böhm 2007: 140).

 

Ik ben het volstrekt met Böhm eens wanneer hij schrijft dat "specifiek menselijke wezenskenmerken en -voltrekkingen in geen geval behoorlijk kunnen worden begrepen door middel van de uitwendige ervaring van een empirisch-kwantificerende kennistoegang"(Böhm 2008: 143).

 

Met Böhm wil ik graag een pleidooi houden voor de persoon van leerling en leerkracht, die in een wezenlijke ontmoeting (de term is van prof.dr. Fred Korthagen) elkaar als mens bevestigen. De innerlijke belevingswerkelijkheid is prachtig beschreven door Parker Palmer in zijn autobiografische boekje: Let Your Life Speak. Listening to the Voice of Vocation (2000).

 

De eerlijkheid gebiedt me te zeggen dat mijn onderwijsboek van afgelopen jaar ook een poging is in de richting van wat Böhm schrijft over de Confessiones van Augustinus: een persoonlijk getuigenis, dat menselijke wezenswaarheden probeert duidelijk te maken vanuit eigen ervaringen. Mijn Onderwijsdier in hart en nieren. een persoonlijke visie op groei, professionaliteit en pedagogisch vermogen (Budel: Damon 2007) probeert ook de 'ego interior' in beeld te krijgen. Uiteraard is het in boekvorm weer een uiterlijke werkelijkheid, maar met Böhm en Augustinus deel ik de hoop dat ze worden verstaan door hen "die de buiten gehoorde stem met de waarheid binnen in zichzelf vergelijken" (Augustinus, geciteerd door Böhm, p. 141). Op grond van de reacties die ik op mijn scholen en van volstrekt onbekenden in onderwijsland en daarbuiten heb mogen ontvangen, is in mij een diep vertrouwen gegroeid dat dit verstaan - en daarmee delen in de beleving van wezenswaarheden - mogelijk is.

 

Ik zal de ontwikkelde gedachten van Böhm op een grondige wijze meenemen in mijn onderwijspraktijk en in mijn promotieonderzoek. Ik hoop in de toekomst daar meer over te mogen en kunnen schrijven. Dit wil ik al wel kwijt: binnen mijn onderzoek wil ik ruim aandacht besteden aan de 'wereld van subjectiviteit' die iedere leraar inhoudt (p.145).

 


Zend uw reflecties naar: diroo.bornem@skynet.be

Valeer Van Achter
afgevaardigd bestuurder DIROO
Vitsdam 6 2880 Bornem(B)
diroo.bornem@skynet.be
valeer.vanachter@skynet.be
tel: 00 32 3 899 22 01
fax: 00 32 3 899 34 38
Website:
www.diroo.be
Bank: 068-2240543-64
IBAN: BE29 0682 2405 4364
BIC: GKCCBEBB